Dit gedeelte is niet toegankelijk voor rondleidingen.
De kap van een bovenkruier ligt los op de romp van de windmolen en kan door het kruiwerk 360 graden draaien. De draaibare kap werd in de 15e eeuw uitgevonden. In de kap ligt de bovenas met het bovenwiel. De bovenkant van de kap is gedekt met schaliën.
De voorkant van de kap wordt het voorkeuvelens genoemd en de achterkant het achterkeuvelens. De driehoekige bovenkant boven het achterkeuvelens wordt het wolfsdak genoemd. De driehoekige voorkant van de kap boven de askop is gepotdekseld en dit deel heet het stormschild. De zwaarste balk is de windpeluw waar 70 tot 80% van het gewicht van de bovenas met het wiekenkruis op rust, dit is de grootste en dikste balk waar de as op rust.
Hier is de lagering te zien van de bovenas die rust op een arduinen (harde kalksteen) halssteen. De bovenas, waaraan het gevlucht is bevestigd, is van gietijzer van de firma Prins van Oranje 1875 Nr.980 en is aangebracht in 1982 na de asbreuk. De bovenas wordt gesmeerd met reuzel. Reuzel is een dierlijk vet afkomstig van de varkensbuik.
De bovenas lagert en draait op twee punten, vooraan met de hals in de halssteen en achter met de pen in de pensteen. Op de foto zie je over de pensteen de springbeugel, deze voorkomt het dompen van de bovenas.
Het gevlucht weegt ongeveer 10 ton, daarvan rust ongeveer 80% op de hals en 20% op de pen.

